De zeven plichten van een vrouw

De zeven plichten van een vrouw, lied van Koos Speenhoff op wasrol. Afgespeelt op een Edison grammofoon uit 1918

De eerste plicht van elke vrouw, is manlief toe te staan
Om zonder haar van tijd tot tijd, alleen es uit te gaan
Een Vrouw die zegt: ‘Je neemt me mee, of anders blijf je hier’
Is niet jaloers op de persoon, maar wel op z’n plezier

De tweede plicht van elke vrouw, is zwijgen op ‘r tijd
Omdat die juist het meeste zegt, in haar stilzwijgendheid.
Een vrouw die altijd praatjes maakt en altijd kletsen wil
Is erger dan een fonograaf, die staat nog eenmaal stil

De derde plicht van elke vrouw, is dat ze koken kan
Want als ze eenmaal opoe is, dan heeft ze daar wat an
Omdat een man die ouder wordt en jaren is getrouwd
Toch veel meer van zijn eigen maag, dan van een opoe houdt

De vierde plicht van elke vrouw, is nooit geleerd te doen
Dat komt bij liefde niet te pas: een zoen is maar een zoen
Wat geeft ’t of ze met een boek, haar lieve hersens krenkt
Een vrouw die denkt bij wat ze zegt, zegt zelden wat ze denkt

De vijfde plicht van elke vrouw, is houden van ‘r man
te zorgen dat ze met een zoen, hem steeds verleiden kan
Want als ze daar geen slag van had en altijd kuis wou zijn
Dan waren wij er allen niet en dat zou jammer zijn

De zesde plicht van elke vrouw, is goed gekleed te zijn
Al heeft ze helemaal geen geld, voor rokken van satijn
Al draagt ze bloesjes van katoen, ze moeten aardig staan
Een vrouw kan zeer lieftallig zijn, al heeft ze weinig aan

De zevende en mooiste plicht, is steeds gehoorzaam zijn
En altijd onderdanig doen, al is het maar in schijn
Wanneer ze aardig vleien kan, dan volgt haar man gedwee
De vrouw regeert de wereld toch, we weten wel waarmee

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *